Mest en biologische landbouw
Er gloort enig licht aan het eind van het mestoverschot, dat het voortbestaan van veel veehouders bedreigt. Uitkopen en krimpen zijn de twee belangrijkste onderdelen van het voorstel van minister Piet Adema dat steeds meer steun krijgt in de Tweede Kamer.
Het blijft wrang dat door jarenlang uitstelgedrag deze paardenmiddelen noodzakelijk zijn geworden, maar er moet iets gebeuren. Nu komt het er wel op aan of de biologische en duurzame melkveehouders eerlijk worden behandeld.
De kern van biologische landbouw is het benutten van de natuurlijke kringloop: dieren eten gras en voer van het eigen land en de mest zorgt voor het aanvullen van nutriënten in de bodem. Geen kunstmest dus. Daarom zijn de akkerbouwers naast het inzetten van groenbemesters, zoals gras-klaver, afhankelijk van de mest van vooral de melkveehouders: ze wisselen mest en voer uit. Kringlooplandbouw zoals de overheid dat sinds Carola Schouten gepropageerd heeft.
Als de biologische
melkveehouders, die geen mestoverschot hebben en al minder dieren per hectare
houden, toch ook gedwongen gaan worden om minder koeien te houden, dan herhaalt
de geschiedenis zich op pijnlijke wijze. In 2018 moesten biologische melkveehouders
ook 10% van hun koeien afvoeren om het fosfaatprobleem te helpen oplossen. Net
als nu bij het mestoverschot zijn biologische boeren geen deel van het
probleem, maar juist de oplossing. En door de bedrijfsoverstijgende kringloop
tussen dierlijke en plantaardige biologische boeren, zouden akkerbouwers,
tuinbouwers en fruittelers ook hard geraakt worden door een generieke
krimpmaatregel voor koeien. Want zij mogen geen kunstmest gebruiken en krimpen
dus mee. Krimp van biologische landbouw als geheel, in plaats van groei waar
het ministerie van landbouw dit jaar vol op inzet met een publiekscampagne die
in juni start.
https://nos.nl/artikel/2518155-voorzichtig-groen-licht-tweede-kamer-voor-mestplannen-adema